Artikel in IDEE
IDEE is het huisorgaan van D66, in het nummer van Oktober 2003 heeft Martin van 't Zet, redacteur, het volgende artikel geschreven. Dit is de meest recente uiting van D66 over de hypotheekrenteaftrek. Een officiele stelling heeft de partij (nog) niet gepubliceerd.
Het einde van het hypotheektaboe
Het cliché dat de hypotheekrenteaftrek een politiek taboe onderwerp is, klopt niet meer. De volstrekte onbespreekbaarheid lijkt doorbroken. Wellicht alleen nog niet voor VVD-stemmers en de Telegraaf. Verschillende politieke partijen hebben het tijdens de laatste Tweede Kamer verkiezingen aangedurfd om met aftrekbeperkende voorstellen te komen. Ook het recente voorstel van het kabinet, mede gesteund door VVD en CDA ministers, om niet langer aftrek van hypotheekrente toe te staan wanneer de overwaarde niet in het nieuwe huis wordt gestopt is een signaal dat de hypotheekrenteaftrek steeds meer als een ‘gewoon’ politiek onderwerp wordt beschouwd.
Dat is winst, want zoals Giskes stelt, betekent een taboe op een onderwerp dat er niet open over gepraat kan worden, waarmee uiteindelijk vertrouwen in de politiek wordt ondermijnd. Dat het taboe van de discussie over hypotheekrenteaftrek af is, betekent nog niet dat er overeenstemming is over de probleemdefinitie, laat staan mogelijke oplossingen rondom dit onderwerp. De belangen rondom de hypotheekrenteaftrek zijn voor velen in Nederland groot. Dat laten de verschillende bijdragen in dit nummer van Idee zien.
Vertrouwen
Volgens sommige auteurs is het probleem genoegzaam bekend. De hypotheekrenteaftrek fungeert als aanjager van een ongebreidelde leenzucht, omdat een hoger leenbedrag leidt tot meer aftrek. Door het progressieve belastingstelsel worden de hogere inkomens daarbij nog eens zwaarder gesubsidieerd dan huizenbezitters met een laag inkomen.
Andere bijdragen benadrukken juist het economisch belang van de hypotheekrenteaftrek. In de huidige economische moeilijke tijd een legitiem argument. Bouw, inrichting en onderhoud van (eigen) woningen zorgen voor een flinke economische impuls.
Het ‘Gesundes Volksempfinden’ speelt bij het debat over de aftrek van de hypotheekrente een belangrijke rol. De meeste huizenbezitters in Nederland zijn voor een groot deel financieel afhankelijk (geraakt) van de hypotheekrenteaftrek. Zelfs veel politiek progressieve kiezers lijken bij de hypotheekrenteaftrek te kiezen voor het behoud van ‘verworven’ rechten.
Het is in dit kader wel opvallend dat uit een onderzoek van de Nederlandsche Bank in 2000 bleek dat driekwart van de Nederlanders er toentertijd van uit ging dat de hypotheekrente binnen tien jaar zou sneuvelen. Uit datzelfde onderzoek bleek dat huizenbezitters geen slapeloze nachten hadden van eventuele afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Ruim zestig procent van de ondervraagden was er in 2000 heilig van overtuigd dat afschaffing van de aftrek geen negatieve gevolgen voor het inkomen zou hebben. Als sprake zou zijn van inkomensderving dan zorgt de overheid wel voor compensatie, denkt de Nederlander optimistisch. Met het vertrouwen in de overheid bij het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek zit het blijkbaar wel goed. Mits de huizenbezitter maar voldoende wordt gecompenseerd en er dus niet bij inschiet.
Integraal woonbeleid
Uitgaand van de onvermijdelijkheid van het verdwijnen van de hypotheekrenteaftrek, zowel vanwege de internationale als de nationale druk, kan men er maar beter tijdig mee beginnen zodat de afbouw niet met al te grote schokken gebeurt.
Over de wijze waarop de langdurige afbouw van de hypotheekrenteaftrek moet plaatsvinden wordt zoals verwacht echter wel verschillend gedacht. Simpelweg een beperking of aftopping is een ingreep die vooral door de politiek wordt genoemd. Wetenschappers zien er echter niet zoveel in. Zij opteren veelal om de eigen woning fiscaal onder te brengen in box 3 van het belastingstelsel te brengen en de woning dus als vermogen te beschouwen.
Wel algemeen is de opvatting om de hypotheekrenteaftrek niet als een op zich zelfstand onderwerp te beschouwen, maar als onderdeel van een integraal woonbeleid. Een integraal woonbeleid vereist een goed doordachte, brede beleidsaanpak, waarin niet alleen de hypotheekrenteaftrek onderwerp van bespreking moet zijn, maar ook het huurbeleid, het eigenwoningforfait, de kapitaalverzekering eigen woning, de BTW op nieuwbouwhuizen, de overdrachtsbelasting en de onroerende zaaksheffingen van lokale overheden. Neem al die belastingen mee en bereken wat de effecten zijn voor de inkomens, de woningmarkt en de belastingopbrengsten.
Geen inconsistenties
Het is tot slot duidelijk dat op het terrein van de hypotheekrenteaftrek het CDA en de VVD hun verkiezingsbeloften dat voor geen euro aan de aftrek zou worden getornd, niet zijn nagekomen. Vóór de verkiezingen vielen VVD en CDA over Wouter Bos heen omdat die zelfs maar naar de uitwassen durfde te wijzen. De VVD is zo vast als een huis, zo verzekerde partijleider Bolkestein nog eind jaren negentig. Dat huis is inmiddels dus verworden tot een ruïne. Vanuit de VVD gezien overigens een consequente ontwikkeling aangezien de hypotheekrenteaftrek op alle fronten in strijd is met het liberaal gedachtegoed. Het verstoort de werking van de woningmarkt, de financiële markten en de arbeidsmarkt en draagt bij aan verkeerde allocatie van woningen en beleggingen, de fileproblematiek en de werkeloosheid. De hypotheekrenteaftrek legt hiermee de keuzevrijheid van burgers aan banden. D66 kan de kiezer op dit onderwerp in ieder geval recht in de ogen kijken omdat zij al langere tijd kritisch staat tegenover delen van de hypotheekrenteaftrek onder meer op grond van bovenstaande redenen. Op dit terrein kan D66 dus niet van inconsistentie worden beschuldigd.